Ontwikkeling en resultaten
Tussentijdse toetsen
Op onze school vinden we het van belang dat de leerlingen presteren naar hun mogelijkheden en dat ze opbrengsten realiseren die leiden tot passend (en succesvol) vervolgonderwijs.
Tussentijds meten we de ontwikkeling van de leerlingen m.b.v. Cito leerling in beeld. We analyseren de opbrengsten. Daarbij richten we ons op de vaardigheidsscores, functionerings- en referentieniveaus van de Cito-toetsen. Deze scores bekijken we op school-, groeps- en individueel niveau. Indien nodig zetten we op school-, groeps- of individueel niveau interventies in.
Deze interventies kunnen zijn:
- Meer tijd besteden aan dat vak-/vormingsgebied (roosteren)
- Instructie wijzigen en verbeteren: consequent directe instructie toepassen
- Meer automatiseren
- Methode-aanbod uitbreiden
- Differentiatie aanpassen
- Klassenbezoeken
- Gesprekken
- Nieuwe methode op schoolniveau
Resultaten doorstroomtoets
Wat is de doorstroomtoets?
Vanaf het schooljaar 2023-2024 maken alle leerlingen aan het eind van de basisschool een doorstroomtoets. Dit is verplicht.
Met de doorstroomtoets kunnen leerlingen laten zien wat ze op de basisschool hebben geleerd. In de weken voor het toetsmoment geeft de leerkracht de leerling een advies voor het onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs. Leerprestaties, aanleg en ontwikkeling op de basisschool spelen hierbij een rol.
Heeft de leerling een hogere doorstroomtoetsuitslag dan het gegeven schooladvies? Dan stelt de school het advies bij, tenzij het in het belang is van de leerling om dit niet te doen. Heeft de leerling een lagere doorstroomtoetsuitslag dan het gegeven schooladvies? Dan blijft het advies van de school leidend.
De doorstroomtoets vindt plaats in februari en geeft leerlingen een gelijke kans om zich eind maart aan te melden voor de middelbare school van hun voorkeur, die het best past bij hun niveau. De doorstroomtoets is geen examen; leerlingen kunnen niet slagen of zakken.
Resultaten 2024-2025
Fundamenteel niveau (1F)
| School | % 1F behaald (over drie schooljaren) |
|---|---|
| Kindcentrum De Hoeven | 92,1% |
| Streefniveau | 95,9% |
Legenda %1F behaald:
Deze school: 92,1%
Signaleringswaarde inspectie: 85,0%
Vergelijkbare scholen: 95,9%
Streefniveau (1S/2F)
| School | % 1S/2F behaald (over drie schooljaren) |
|---|---|
| Kindcentrum De Hoeven | 51,5% |
| Streefniveau | 57,7% |
Legenda %1S/2F behaald:
Deze school: 51,5%
Signaleringswaarde inspectie: 47,1%
Vergelijkbare scholen: 57,7%
Adviezen voor doorstroom naar VO 2024-2025
Kinderen op De Hoeven krijgen halverwege groep 7 een voorlopig advies. In groep 8 ontvangen zij in december of januari nogmaals een voorlopig advies. In februari maken de kinderen de doorstroomtoets. Daarna wordt het voorlopig advies omgezet in een definitief advies bij gelijke of lagere uitslag. We heroverwegen het voorlopig advies indien de uitslag van de doorstroomtoets hoger is dan het gegeven advies.
Het advies van een kind komt tot stand op basis van:
- Observaties van de leerkracht op werkhouding en gedrag
- Resultaten van methodetoetsen
- Resultaten van Cito-toetsen van groep 3 t/m 7
De voorlopige adviezen worden besproken met de vorige leerkrachten, de intern begeleider en directie.
Schooladviezen 2024-2025
| Schooladvies | Percentage leerlingen |
|---|---|
| vmbo-b / -k | 5,4% |
| vmbo-k / -(g)t | 10,8% |
| vmbo-(g)t | 21,6% |
| vmbo-(g)t / havo | 13,5% |
| havo | 2,7% |
| havo / vwo | 18,9% |
| vwo | 27,0% |
Sociale ontwikkeling
Visie op Sociale opbrengsten
Wat verstaan scholen onder sociale opbrengsten?
Op school leren kinderen vaardigheden die nodig zijn om op een goede manier met anderen om te gaan en om hun steentje bij te dragen aan de samenleving. Het gaat om vaardigheden zoals samenwerken, ruzies oplossen en jezelf weten te redden.
Door deze vaardigheden is de sfeer op school fijn en veilig. Daarnaast verbeteren ze de leerprestaties. Kinderen nemen op een positieve manier deel aan de maatschappij.
We willen te vertrouwen zijn | Wij zijn gezamenlijk verantwoordelijk | We geven het goede voorbeeld
School is bedoeld om te leren. Dit kan alleen als leerlingen zich veilig voelen op school. De visie en levenshouding van de Kanjertraining vormen het uitgangspunt van ons veiligheidsbeleid. We hebben een duidelijke visie op hoe we met elkaar omgaan en willen graag samen met ouders en kinderen zorgen voor een veilige school.
1. We willen te vertrouwen zijn
De meeste mensen willen te vertrouwen zijn. Op die manier willen we gezien, gehoord en begrepen worden. We gaan daarom uit van elkaars goede bedoelingen en kijken met vertrouwen naar elkaar en de kinderen. Ons uitgangspunt is daarbij dat je jezelf mag zijn. Doe je niet anders voor dan wie je werkelijk bent, zoals je bent is het goed. En daarmee ben je te vertrouwen.
2. Wij, ouders en leerkrachten, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen
Een goede opvoeding richt zich op fundamentele menselijke waarden zoals liefde, vertrouwen, mededogen, toewijding, verantwoordelijkheid en betrokkenheid in de breedste zin van het woord. Daarom moeten wij, ouders en leerkrachten, duidelijke leiders zijn voor kinderen. We laten ons daarbij niet beïnvloeden door negatieve gevoelens zoals angst, onmacht en ergernis. We zorgen voor een veilige sfeer door ongewenst gedrag op een nette manier zorgvuldig aan te pakken. Daarin werken we samen met elkaar.
3. We geven het goede voorbeeld
De kinderen voelen zich veilig als wij het goede voorbeeld geven: We gaan respectvol met elkaar om. We spreken respectvol over elkaar en de kinderen, ook op sociale media. Indien zich een probleem voordoet of als we ons zorgen maken, dan overleggen we met elkaar. We zoeken een oplossing die goed is voor alle betrokkenen en die recht doet aan de situatie.
Werkwijze Sociale opbrengsten – Kanjertraining
Binnen ons Kindcentrum maken we gebruik van de sociaal-emotionele methode de Kanjertraining. De Kanjertraining bestaat uit een serie lessen met bijbehorende oefeningen om de sfeer in de klas goed te houden (preventief) of te verbeteren (curatief). Kanjertraining is een gedegen lesmethodiek voor burgerschap en het aanleren van sociale vaardigheden.
Inhoud Kanjertraining
We bespreken en oefenen met gedrag door middel van de volgende materialen. Deze zijn van toepassing op de kinderen, maar net zo goed op ons als volwassenen. Omdat kinderen gedrag van ons nadoen, is het van belang dat wij (ouders en het team) het goede voorbeeld geven.
De petten
Om in gesprek te gaan over gedrag maken we vanuit de Kanjertraining gebruik van petjes met vier verschillende kleuren. Wanneer zich een probleem of stressvolle situatie voordoet, hebben we een keuze om verschillend te reageren. We maken kinderen bewust van hun gedrag en oefenen met nieuw gedrag. Kinderen kunnen zo leren kiezen voor gedrag dat bij hen past en dat prettig is voor henzelf en de ander.
Smileyposter
Welk gedrag willen we wel en niet op school? Waar ligt de grens? De smileyposter geeft hier handvatten voor. Wij willen kinderen leren om rekening met elkaar te houden. Let dus een beetje op de gevoelens van de mensen om je heen. Check even of de ander zich nog goed voelt bij jouw gedrag. Andersom geldt ook: het is jouw verantwoordelijkheid om aan te geven wanneer je je ergens niet prettig bij voelt. De meeste mensen bedoelen het goed, maar het gaat wel eens mis. Je helpt de ander door je grens aan te geven: “Ik vind het vervelend als je … doet. Wil je dat anders doen?”
Afsprakenposter
Als leidraad voor hoe wij op school met elkaar om willen gaan, gebruiken we de volgende vijf uitgangspunten van de Kanjertraining. Op school ziet u deze uitgangspunten op de kanjerafsprakenposters:
- We vertrouwen elkaar
- We helpen elkaar
- We werken samen
- We hebben plezier
- We doen mee
Motor en Benzine: alles wat aandacht krijgt, groeit
Met de Kanjertraining leren we dat alles wat aandacht (benzine) krijgt, groeit. Vervelend gedrag (motor) blijft doorgaan en krijgt status als kinderen meelachen en erbij staan. We maken kinderen bewust van de benzine die ze (vaak onbedoeld) geven aan gedrag dat niet prettig of storend is. Zo leren kinderen sociale verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te kiezen om geen benzine te geven.